Onder het huidige recht heeft een werknemer van wie het dienstverband na ten minste twee jaar op initiatief van de werkgever wordt beëindigd, recht op een transitievergoeding. Dit is alleen anders als er een uitzonderingsgrond geldt, bijvoorbeeld ernstige verwijtbaarheid van de werknemer of het bestaan van een vergelijkbare voorziening in de cao.
Basis
De transitievergoeding in 2026 bedraagt per volledig dienstjaar 1/3 van het bruto maandsalaris. Voor resterende maanden en dagen wordt de vergoeding naar rato berekend (de som van 1/36 maandsalaris per maand en 1/1095 per dag). De vergoeding is maximaal € 102.000 bruto (2026) of één jaarsalaris als dat hoger is.
Het maximumbedrag wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de contractlonen.
Hoe reken je het uit
- Bepaal het bruto maandsalaris: Dit is inclusief vakantiegeld (8%), vaste eindejaarsuitkering en structurele toeslagen zoals een dertiende maand (of eindejaarsuitkering).
- Bereken de duur van het dienstverband: Aantal volle jaren + volle maanden + resterende dagen.
- Bereken de vergoeding:
- Hele dienstjaren: aantal jaren x (1/3 x bruto maandsalaris)
- Resterende maanden: aantal maanden x (1/36 x bruto maandsalaris)
- Resterende dagen: aantal dagen x (1/1095 x bruto maandsalaris)
- Totaal: tel deze drie bedragen bij elkaar op.
Houd ook rekening met de volgende aspecten
- Wanneer heeft een werknemer er recht op? Er is recht op de transitievergoeding bij ontslag op initiatief van de werkgever of het niet verlengen van een tijdelijk contract, tenzij er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer. Zoals bijvoorbeeld in geval van ontslag op staande voet. Wanneer de werknemer zelf ontslag neemt hoeft de werkgever evenmin een transitievergoeding te betalen.
- Ook na twee jaar ziekte en loondoorbetaling heeft een werknemer recht op de transitievergoeding bij ontslag. Bij gedeeltelijk ontslag kan dan naar rato zijn van het verlies van de omvang van het dienstverband.
- In een cao kan worden vastgelegd dat een ontslagen werknemer een vervangende voorziening krijgt in plaats van een transitievergoeding. Vanaf 1 januari 2026 kan dit alleen nog maar bij ontslag om bedrijfseconomische redenen.
- Wanneer een deel van het loon uit stukloon, vaste bonus of provisie bestaat, geldt het gemiddeld dat de werknemer hiervan per maand heeft ontvangen in de 12 maanden voordat de arbeidsovereenkomst eindigde. Hierbij moet worden opgeteld: de vakantiebijslag en de vaste eindejaarsuitkering.
- Bij faillissement of surseance van betaling geldt de transitievergoeding niet.